logo-in_veilige-handen-rgbjpg
In veilige handen is een project van de Vereniging NOV gericht op het voorkomen van seksueel misbruik van minderjarigen bij verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Hiertoe is een stappenplan ontwikkeld dat begint bij het bespreekbaar maken van het onderwerp en eindigt bij het informeren van alle betrokkenen. De 14 stappen helpen verenigingen om achter de schermen alles zo te regelen dat minderjarigen echt in veilige handen zijn binnen het vrijwilligerswerk. Ga naar de website.

Sportbonden en NOC*NSF werken samen aan het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’. Hoe? Door jou als bestuurder, trainer, coach, scheidsrechter, jurylid of ouder te leren hoe je sportplezier stimuleert. Op de website sportplezier.nl veel praktische informatie over (on)gewenst gedrag, positief coachen en het begeleiden van vrijwilligers. Lees verder.
mijnkindonline
Eén op de vijf kinderen wordt gepest op sociale media. Scholen komen in actie en zijn verplicht anti-pestprogramma’s uit te voeren. Maar bij sportclubs, waar het probleem evenzeer speelt, staat de aanpak van cyberpesten nog in de kinderschoenen. Sportverenigingen staan vaak met lege handen bij misbruik van sociale media. Zeker voor jeugdleden zijn de grenzen van sportief mediagebruik niet altijd duidelijk. Lees verder.
vsk
De manier waarop trainer/coaches omgaan met jeugdsporters is bepalend voor de ontwikkeling van jeugdsporters. Het verdiepende onderzoek Trainer-kind interactie richt zich specifiek op die interactie tussen trainers en hun jeugdsporters. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’ (VSK). Startpunt in het onderzoek vormde het gedrag van de trainer dat bepalend is voor wat jeugdsporters ervaren en leren tijdens trainingen en wedstrijden. Vervolgens is nagegaan welke betekenissen dat gedrag van de trainer heeft voor jeugdsporters en welke mechanismen daarachter zitten. Lees het rapport.
veiligheid
Sporten is gezond voor kinderen. Maar helaas neemt ook het aantal sportblessures fors toe. In een periode van zes jaar is het jaarlijks aantal sportblessures bij 9-12 jarigen gestegen van 130 duizend naar 230 duizend. De stijging wordt deels verklaard doordat sportende kinderen steeds meer uren sporten. Als hiervoor wordt gecorrigeerd is er nog steeds sprake van een stijging van het totaal aantal sportblessures voor deze leeftijdsgroep met maar liefst 50 procent. Voorname oorzaak van de toename van blessures is het minder bewegen van 9-12 jarigen. Het aantal kinderen dat voldoet aan de bewegingsnorm is in vijf jaar tijd bijna gehalveerd. Onderzoek van VUmc laat zien dat de motorische vaardigheden van kinderen steeds slechter worden en dat dit leidt tot een grotere kans op ernstig letsel. Bijvoorbeeld door een val tijdens bewegingsonderwijs. Bij kinderen zijn goed ontwikkelde motorische vaardigheden essentieel om sportblessures te voorkomen. Daarom is het belangrijk kinderen te trainen in sportieve basisvaardigheden, zoals motoriek, spierkracht en lenigheid. Daarnaast zien we een ontwikkeling dat kinderen die sporten, dat steeds intensiever gaan doen. Bij deze kinderen ligt overbelasting op de loer. De blessures die kinderen hierdoor oplopen zijn weliswaar minder talrijk in aantal dan de blessures bij de grote groep die te weinig beweegt, maar vormen wel een reëel probleem. Ouders en het sportkader bij verenigingen hebben een belangrijke rol kinderen hierin te begeleiden. Download het rapport.
logo_trimbos
Jongeren die lichamelijk actief zijn hebben gemiddeld minder geestelijke problemen. Onderzoek van het Trimbos-instituut en de Vrije Universiteit laat zien dat dit deels verklaard wordt door een beter lichaamsbeeld en de sociale aspecten van sportdeelname. De onderzoekers maakten gebruik van de gegevens van ruim 7000 Nederlandse middelbare scholieren die deelnamen aan de Health Behaviour in School-Aged Children Survey (HBSC). Lees verder.
Logo-UT
De positieve psychologie zou in 2000 zijn ontstaan en heeft de afgelopen jaren een sterke groei gekend. Wat is er bereikt? Wat belooft de positieve psychologie? De kern van positieve psychologie is dat die ervan uitgaat dat – binnen de beperkingen die er zijn – het grootste potentieel voor floreren of optimaal functioneren van individuen niet ligt in de analyse en het minimaliseren van deficiënties en problemen, maar in het ontdekken, waarderen en ontwikkelen van sterke kanten en positieve ervaringen. Positieve psychologie heeft daarmee veel verwantschap met de uitgangspunten van positief coachen. Lees het rapport.
logo_kuleuven(1)
Beleid & Management in Sport (BMS) is een publicatiereeks van de Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven. De BMS-rapporten willen een bijdrage leveren aan het sociaalwetenschappelijke onderzoek naar beleid en management met betrekking tot sport en fysieke activiteit. Mits registratie kunnen deze rapporten gratis gedownload worden. Ga naar het overzicht.
Montana State University
Interessant Amerikaans onderzoek waarin studenten/sporters werd gevraagd om de belangrijkste eigenschap van hun favoriete coach te noemen. 50% van hen gaf aan dat de sociale ondersteuning van en de persoonlijke relatie met de coach voor hen de belangrijkste eigenschap was. 30% gaf aan dat de kwaliteit van de training en instructie voor hen op de eerste plaats kwam en maar 10% noemde positieve feedback op prestaties als belangrijkste eigenschap van hun favoriete coach. Verder citeren de onderzoekers veel onderzoek naar bijvoorbeeld sportmotivatie bij jongeren. Download het onderzoek.
UU-logo
Het onderzoek toont het grote belang aan dat jeugdtrainers zich bewust moeten zijn van hun rol en tevens dat zij een opvoedkundige houding moeten hebben in hun omgang met jeugdsporters, omdat zij een cruciale rol spelen als het gaat om de positieve of negatieve ontwikkeling van kinderen. Deze studie onderstreept de noodzaak om jeugdsportcoaches pedagogische ondersteuning te geven, bijvoorbeeld door middel van pedagogische opleidingen. Download de studie.
logomontreal
In de sport wordt positief coachen sterk gepropageerd. En terecht, want positief coachen leidt bij met name jonge kinderen tot meer plezier, meer motivatie en betere prestaties in de sport. Door alle aandacht voor positief coachen – en de nadruk op het geven van positieve feedback – lijkt negatieve feedback langzamerhand als ‘not done’ te worden ervaren terwijl elke coach weet dat er momenten zijn waarop jeugdige spelers kunnen leren van wat niet goed gaat (zie ook onderstaand onderzoek van de Universiteit van Leiden). Daarom is het onderzoek van Carpentier en Mageau (2013) interessant over de positieve effecten van negatieve feedback. Carpentier en Mageau beginnen met het hernoemen van negatieve feedback. De reden dat zij kiezen voor een andere term, is dat de term negatieve feedback op twee manieren geïnterpreteerd kan worden. Negatieve feedback kan slaan op de inhoud van de feedback – ofwel benoemen dat iets niet goed gaat – of op de manier waarop de feedback ervaren wordt, ofwel een sporter vindt het krijgen van feedback een negatieve ervaring. De onderzoekers spreken liever over ‘change-oriented feedback’, oftewel ‘veranderingsgerichte feedback’. Zij beschrijven ‘veranderings-gerichte feedback’ als feedback die aangeeft dat de uitvoering ontoereikend is en dat andere gedragingen nodig zijn om het doel te bereiken. Dat is wellicht wat abstract, (veel) simpeler gezegd komt het neer op feedback die aangeeft dat het niet goed gaat en dat het anders moet (negatieve feedback dus inderdaad…). De onderzoekers vinden een positieve relatie tussen de kwaliteit van de veranderingsgerichte feedback van de coach en de intrinsieke motivatie van de sporter. Hoe meer kwalitatief goede veranderingsgerichte feedback werd gegeven, hoe meer intrinsiek gemotiveerd de sporters zijn. Goed gebrachte veranderingsgerichte feedback (‘negatieve feedback’) blijkt samen te hangen met alle peilers van intrinsieke motivatie (te weten gevoelens van autonomie, competentie en saamhorigheid). Daarnaast is er een positief verband met het welzijn en het zelfvertrouwen van de sporters; kwalitatief goede veranderingsgerichte feedback hangt samen met een beter welzijn en zelfvertrouwen van de sporters. Hoe meer, en hoe beter gebrachte, veranderingsgerichte feedback, hoe beter de sporters zich voelen. Download het rapport (Eng).
logouniversiteit
Kinderen van acht hebben een radicaal andere leerstrategie dan kinderen van twaalf en volwassenen. Achtjarigen leren vooral van positieve feedback (‘prima gedaan’). Maar bij negatieve feedback (‘jammer, mis’) gaan er nog nauwelijks alarmbellen rinkelen. Twaalfjarigen verwerken negatieve feedback juist heel goed, en gebruiken die om te leren van hun fouten. Zo doen volwassen het ook, alleen dan nog een stuk efficiënter. De switch in leerstrategie blijkt uit gedragsonderzoek, dat laat zien dat achtjarigen onevenredig inaccuraat reageren op negatieve feedback. Maar de switch is ook te zien in de hersenen, zo ontdekten ontwikkelingspsycholoog dr. Eveline Crone en haar collega’s van het Leidse Brain and Development Lab met fMRI-onderzoek. ‘Namelijk in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle. Deze gebieden zitten in de hersenschors. Bij kinderen van acht en negen jaar reageren deze gebieden heel sterk op positieve feedback, en nauwelijks op negatieve. Uit de literatuur blijkt dat jonge kinderen beter op beloning reageren dan op straf.’ Ook kan ze zich wel voorstellen hoe het komt: ‘De informatie dat je iets niet goed hebt gedaan, is ingewikkelder dan de informatie dat je iets wel goed hebt gedaan. Leren van je fouten is complexer dan doorgaan op dezelfde weg. Je moet je af gaan vragen wat er dan precies fout was en hoe het wel zou kunnen.’ Lees verder.
logoICES_positief_kleur_horizontaal
ICES is een onafhankelijk Belgisch kenniscentrum dat experts en deskundigen in de wereld van ethiek in de sport en lichamelijke opvoeding samenbrengt, hun kennis en ervaring verzamelt en ter beschikking stelt. Via een duidelijke structuur van het kenniscentrum worden de bezoekers geïntroduceerd in de wereld van ethiek in de sport en lichamelijke opvoeding. Ga naar de website.
Voedingscentrum-logo
Wil je gezonder eten of afvallen? Of gewoon inzicht krijgen in wat je eet? Het eetdagboek Mijn Eetmeter helpt. Je krijgt te zien hoeveel voedingsstoffen en calorieën je binnenkrijgt en je kunt bekijken in hoeverre je eet volgens de Schijf van Vijf. Je krijgt direct advies op maat. Je kunt je gewicht bijhouden met een ingebouwde BMI-meter. Het Voedingscentrum heeft veel handige hulpmiddelen om je te helpen bij het kiezen voor gezond, veilig en duurzaam eten. Ga naar het overzicht.

Een onderzoek naar de betekenis die trainers geven aan de rol die zij (kunnen) spelen in de opvoeding van kinderen in en door sport. Hiervoor zijn zestien trainers geobserveerd en geïnterviewd binnen drie verschillende sporten: gymnastiek, tennis en voetbal. De meeste trainers zien een rol voor zichzelf weggelegd in de opvoeding van kinderen in en door sport. Maar niet alle trainers zijn zich bewust van deze rol en enkele trainers vinden zelfs dat ze deze rol niet hebben. Toch blijkt dat alle trainers een klimaat creëren waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen. Hier is sprake van onbewuste opvoeding. Zowel de onbewuste rol in de opvoeding als de bewuste rol, vullen trainers in door kinderen normen, waarden en sociale vaardigheden aan te leren. Ze zeggen dat ze kinderen deze aspecten vooral aanleren door ze te belonen en ze aan te spreken op hun gedrag en minder door gebruik te maken van straffen. Centraal voor vrijwel alle trainers staat plezier in de training, al wordt aan het begrip plezier verschillende betekenissen gegeven door de trainers. Sommige trainers denken dat kinderen plezier hebben als ze lekker bezig zijn, andere leggen de nadruk op sociale contacten en er zijn trainers die vinden dat kinderen pas echt plezier hebben als ze beter worden en winnen. Deze laatste trainers lijken zich er niet van bewust dat veel nadruk op competitie en winnen een negatieve invloed kan hebben op kinderen. Ten slotte zijn de meeste trainers van mening dat verschillende kinderen een verschillende benaderingswijze nodig hebben. Alle trainers zeggen rekening te houden met het feit dat kinderen verschillend zijn. Download het rapport.

Samenvatting van diverse onderzoeken naar de rol is van sport in de ontwikkeling van kwetsbare jeugd.
– Wat betekent sportdeelname voor het toekomstperspectief van kwetsbare jongeren?
– Hoe geef je vorm aan een sportomgeving die kan bijdragen aan positieve sportervaringen?
– En wat is nodig voor een succesvolle samenwerking tussen jeugdhulporganisaties en sportverenigingen?
Die vragen worden beantwoord in deze samenvatting van de bevindingen van vier jaar onderzoek naar jeugdhulp en sport.
Download het rapport.

Jeugdsport in georganiseerd verband heeft een belangrijke sociale rol voor kinderen en jongvolwassenen. Door een actieve en betrokken deelname biedt sport aan kinderen specifieke nieuwe ervaringen en nieuwe manieren van anticiperen. Onderzoekers zijn het erover eens dat alleen betrokkenheid in de sport niet automatisch leidt tot positieve resultaten en verbeterde sociale, psychologische en/of morele karaktertrekken. Sport kan ook leiden tot het tegendeel: egoïsme, arrogantie, pesten, discriminatie. Wat dat betreft heeft sport twee gezichten. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan jeugdige sportparticipatie, bepaalt het effect. Lectorale rede Nicolette Schipper-van Veldhoven. Download het rapport.


Als trainer-coach is het belangrijk om bewust te zijn van je eigen rol en de uitingen van je eigen gedrag. Het kunnen reflecteren op je eigen handelen is bij sporters met gedragsproblemen erg belangrijk evenzo als probleemgedrag bij de sporter te herkennen. In de reader tref je informatie aan over de beperking, de invloed ervan op het sporten en de manier waarop jij en de sportvereniging met de sporter om kunnen gaan. De reader bevat ook tips voor als je nog meer wilt lezen. Download de reader.